Print Friendly and PDF
01/2015

Nacalculatie van al uw projecten

Nacalculatie, hoe begin je er aan?

Verkoopprijzen zijn ofwel gebaseerd op marktconforme marktprijzen ofwel berekend vanuit een voorcalculatie op basis van de gebruikte materialen, het ingezette materieel en de werktijden met de nodige marges voor risico en winst. In beide gevallen is een goede nacalculatie van levensbelang.

Nacalculatie bestaat er uit om de effectieve kosten van al je materialen en van je werkzaamheden te kunnen toewijzen aan de facturen die je maakt. Eigenlijk is nacalculatie eenvoudiger dan op voorhand te calculeren. Je moet alleen weten waar je moet op letten.
Heel veel hangt af van een correcte registratie. De boekhouding is een evidente bron voor inkomende facturen. Een goede tijdsregistratie gekoppeld aan je operationele planning helpt je snel op weg om ook de juiste verdeling te maken.

 Hier volgen alvast enkele tips om te starten:

DEEL 1: REGISTRATIE VAN MATERIALEN EN MATERIEEL

Tip 1: Onderscheid materiaal, materieel en werktijd

Maak vooreerst een onderscheid tussen het materiaal dat je verwerkt en verkoopt, het materieel dat je hiervoor gebruikt en de werktijd die er voor nodig is.

Tip 2: Wijs alle directe en indirecte kosten toe

Een tweede belangrijk onderscheid is de toewijzing van directe en indirecte kosten. De directe kosten zijn toewijsbaar aan één dossier, de indirecte kosten vallen onder de algemene werking van het bedrijf en worden best procentueel toegevoegd aan de nacalculatie.

Tip 3: Hou rekening met verlies en afval bij de verwerking van het materiaal

Dit lijkt het meest eenvoudige: je koopt materialen aan voor een klant en je verkoopt ze hem gewoon door. Klaar: nacalculatie is de kostprijs die je betaald aan je leverancier. Elke doe-het-zelf zaak haalt hier zijn zakencijfer mee. Maar als je die materialen verwerkt in een eindproduct (bv. een trap of een raam) dan kan je best een percentage afval (bv. zaagverliezen) of breukverlies (bij glas) bijtellen. Een oplossing is om per materiaalsoort met één percentage te werken. (bv. voor afwerkprofielen een gemiddeld zaag- en restverlies van 7%).

Tip 4: Verreken ook de niet toewijsbare materiaalkosten

Sommige materialen zijn moeilijk toe te wijzen, denk maar aan het aantal schroeven of de siliconen die je verbruikt. Met een goed calculatiepakket kan je deze hoeveelheden soms beter inschatten. Er is echter altijd een deel, zeker bij montage, waar het niet echt kan. Voor deze niet toewijsbare materialen tracht je de verhouding te maken tussen de toewijsbare materiaalkosten enerzijds en de niet toewijsbare anderzijds. Dit percentage tel je er als klein materiaal bij.

Tip 5: Wijs zowel de directe, als de indirecte kosten van het ingezette materieel toe

Ook voor het gebruikte materieel is er een gelijkaardige opsplitsing tussen toewijsbare en niet toewijsbare kosten. Als je een stelling, een lift of een speciale diamantboormachine gaat huren voor een project dan kan je die kosten direct aan het project toewijzen. Als je deze voor een langere periode huurt en voor meerdere projecten inzet dan deel je de prijs door het aantal gebruiksdagen en wijs je de kosten toe in functie van de gebruiksduur.
Ook voor materieel dat je zelf bezit, bv. een lichte vrachtwagen, kan je vanuit de boekhouding de kostprijs per kilometer kennen. Deze reken je dan in functie van het effectieve gebruik.

En dat brengt ons bij, misschien het moeilijkste bij de nacalculatie, namelijk de registratie van werktijden...

 

Door deze site te gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Cookies kunnen worden beheerd in uw browser of de apparaatinstellingen.